Home » Teksten Nationale Dodenherdenking

Toespraak van de Vice-President van de Raad van State Tjeenk Willink, bij de Nationale Herdenking 4 mei 2006 op de Dam in Amsterdam


Alledaagse berichten uit de krant van 5 oktober 1940: Rotterdam winkelt als vanouds. Birmingham voornaamste doel der vliegers. Peer Gynt in den Stadsschouwburg. 5 oktober 1940, de dag dat van alle ambtenaren ondertekening van de zogenoemde "ariërverklaring" wordt gevraagd. Er is discussie; er wordt getwijfeld; de meesten tekenen. Het kleinste kwaad. In november van dat jaar worden alle joden uit de overheidsdienst ontslagen.

Er komen protesten; er is oprecht medeleven, maar het eigen leven gaat, het kan niet anders, door. Steeds twee werkelijkheden. We weten nu, altijd achteraf, welke de belangrijkste was. Wat wisten we toen? Juist bij onzekerheid dringt de eigen werkelijkheid zich op. Er moet worden gewerkt en gegeten. Er is zorg om de eigen toekomst. Er worden kinderen geboren en verjaardagen gevierd. De confrontatie met de andere werkelijkheid wordt uit de weg gegaan; zelf weggeschoven of door de overheid in regels en cijfers verpakt.

Totdat die andere werkelijkheid een gezicht krijgt en het eigen leven direct wordt geraakt. Waarom hebben we het niet eerder gezien? We wisten het toch? Wat wéten we niet wat wèl gebeurt, wat zíen we niet wat we eigenlijk wèl weten, wat hóren we niet wat wèl wordt gezegd? Wat zeggen we niet omdat we er geen woorden voor vinden? Wie neemt het woord wanneer de beginselen van de rechtsstaat met voeten worden getreden. Wie neemt het woord wanneer groepen buiten de maatschappelijke orde worden verklaard? Hoe Heldhaftig, Vastberaden èn Barmhartig zijn wij dan zelf? In een democratie is de ruimte voor geluiden uit een andere werkelijkheid groter dan in andere staatsvormen. Dáárom moet de democratie worden gekoesterd. Het kan ook anders worden gezegd: de kracht van een democratie kan worden afgemeten aan de mate waarin afwijkingen van de overheersende mening worden toegelaten. Dat blijkt, ook in een
democratie, niet vanzelfsprekend.

Het vereist denken; nadenken; her-denken. Herdenken op 4 mei is de confrontatie aangaan met de werkelijkheid van toen, door te luisteren naar de verhalen, door te proberen ons in te leven in het onleefbare. Hoe kàn dat gebeuren? Herdenken op 4 mei is ook denken aan al diegenen die de confrontatie toen wèl aangingen. Zij hebben ons, ook nu nog, iets te zeggen. In de woorden van Remco Campert: Verzet begint niet met grote woorden maar met kleine daden (...) jezelf een vraag stellen daarmee begint verzet en dan die vraag aan een ander stellen (uit: Remco Campert, Iemand stelt een vraag)

 

                                                                               <><><><><><><><><><><>

Toespraak Peter van Uhm, Nationale Herdenking, 13 mei 2013, op de Dam.

 

In de Tweede Wereldoorlog vocht mijn vader aan de oevers van de Waal.
In die oorlog, waar mensen mensen doodden, zag mijn vader het duister.
Mensen werden opgepakt. Vervolgd. Omdat ze geen 'wij' waren, maar 'zij'.

 

Mensen werden vermoord. Uitgeroeid. Louter om wie ze waren.

 

Mensen kwamen in verzet, bestreden de onmenselijkheid.
Zij moesten hun moed met de dood bekopen.

 

Wij gedenken hen allen met het diepste respect.

 

Al jong kende ik hun geschiedenis.
Door de verhalen van mijn vader.
Door de verhalen van de geallieerden die vochten voor ons, een ander volk, in een ander land.

 

Het maakte diepe indruk.
Op 16-jarige leeftijd keek ik om mij heen.
De Tweede Wereldoorlog was over.
Maar voor veel overlevenden ging de oorlog door.
Velen voelen nog iedere dag het duister.
Ik besefte: de strijd voor rechtvaardigheid is nooit over.
De strijd voor vrijheid begint elke dag opnieuw.
In jezelf.
En in de samenleving.
Ik vroeg mijzelf: ''Peter, miljoenen mensen is 'n keuze ontnomen.
Jij hebt wel een keuze.
Wat ga jij doen met je leven?
Wat ga jij doen om de wereld beter te maken?''

 

Ik besloot te dienen.
Omdat ik geloof dat in dienen de sleutel ligt.
Wie dient, denkt niet alleen in 'ik'.
Wie dient, denkt niet alleen in 'zij'. Wie dient, denkt ook in 'wij'.
Daar begint de overwinning op het onrecht. Want vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid, een betere wereld, die maak je samen.
Ook mijn zoon besloot te dienen.
Wat was ik trots.
Hij sneuvelde.
Voor een ander volk.
In een ander land.
Vijf jaar en zestien dagen geleden.

 

Het waren duistere dagen.
Wat heb je aan idealen, wat heb je aan die betere wereld morgen, als je er vandaag je zoon aan verliest?
Dat zijn de vragen die ook ik mijzelf stelde.
Twee weken na zijn dood stond ik hier op De Dam. Het was 4 mei 2008. Een moeilijk, confronterend moment.
Maar ook een bewuste keuze.
Dit monument, gewijd aan de nagedachtenis van alle Nederlandse oorlogsslachtoffers, maar ook de saamhorigheid hier op De Dam en in het land, het hielp mij.
4 Mei hielp mij koers te houden in die duistere dagen waarin dienen zo'n pijn deed.
Ik hoop dat 4 mei ons allen helpt koers te houden. Niet alleen vandaag. Maar ook de driehonderd-vier-en-zestig dagen erna.
Ik hoop dat de nagedachtenis en saamhorigheid van 4 mei ons helpt om in tijden van 'ik', het 'wij' terug te vinden. Want niet vanuit het 'ik' en het 'zij', maar vanuit het 'wij', ontstaan de goede dingen.
Dat heeft de geschiedenis ons geleerd.
Dat moeten wij blijven herdenken.
Dat moeten wij blijven afspreken.
Met onszelf. En met elkaar.

 

                                                                                       <><><><><><><><><><><><>

 

Hele mooie rakende woorden. Steeds weer... alleen zo jammer dat het maar ééndagsteksten zijn, de volgende dag vergeten.

Bejaarde mensen, chronisch zieke mensen, mensen met een verstandelijke beperking, mensen met een lichamelijke beperking, arme mensen en de werklozen worden steeds harder door deze maatschappij uitgekotst.

De saamhorigheid en het wij beperkt zich enkel tot de jonge mensen, mensen zónder verstandelijke en lichamelijke beperking, rijke mensen en mensen die een baan hebben.

Tja...

Wie neemt het woord wanneer de beginselen van de rechtsstaat met voeten worden getreden. Wie neemt het woord wanneer groepen buiten de maatschappelijke orde worden verklaard?

NIEMAND!!!

Internetfora's zijn tokkiehuizen geworden waar je bejaarde mensen, chronisch zieke mensen, mensen met een verstandelijke beperking, mensen met een lichamelijke beperking, arme mensen en de werklozen mag :
- beledigen
- criminaliseren
- denigreren
- stigmatiseren

Profiteurs, chipsvreters, bierzuipers, drugsgebruikers, dieven, parasieten, luilakken, losers, tuig, stinkzakken, laag iq etc.

En barmhartigheid?

Barmhartigheid is ver te zoeken met dat soort uitlatingen. Beledigingen zijn de vrijheid van meningsuiting geworden om zo èèn bevolkingsgroep te kunnen vernederen.

Zélfs Sjoerd Potter van de VVD is wat dat betreft een stemmingsmaker, zie eerdere posting.

Geen betere wereld met vrijheid, gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid voor eerder genoemde groepen.

In de oorlogstijd waren er voedselbonnen. Nu hebben we voedselbanken en kledingbanken.

De werkeloosheid neemt elke dag meer toe.
De ene na de andere failiesement.
Steeds meer mensen die niet kunnen rondkomen.
Steeds meer gezinnen raken dakloos.
Steeds meer mensen die geen gebruik meer maken van de medische zorg.
Senioren die ijskoud uit zorginstellingen worden getrapt.

Dus de oorlog is weer overnieuw begonnen. Een oorlog tegen de allerzwaksten in deze maatschappij.


Jetta Klijnsma en Hans Spekman èèns voor de allerzwaksten zijn nu tegen de allerzwaksten.
Heksenjachten worden er geopend op deze zwakkeren. Chantage en beledigingen zijn de normaalste zaak van de wereld geworden. En dat gaat maar door en door en neemt de onwaardigste vormen aan.


En op 4 mei 2013 staan weer dezelfde huichelaars op de dam. Herdenken degenen die gevallen zijn terwijl Nederland gewoon weer terug bij af is.

En wat hebben deze huichelaars geleert? Wat heeft politiek Den Haag geleert?


NIKS! HELEMAAL NIKS!!!